Tensioning

Tensioning is het op spanning trekken van een bout terwijl deze met moer gemonteerd is. De moer wordt vervolgens handvast gedraaid waarna de spanning er vanaf wordt gehaald. De boutverbinding is nu op spanning gebracht zonder torsie of wrijving.

Een tensioner wordt bediend door middel van een hydraulische pomp waarbij de druk bepaald hoeveel spanning op de bout wordt gebracht. Bij tensioning worden hogere drukken gebruikt dan bij het torquen.

De uiteindelijke clampforce ligt altijd een stuk onder de maximale rekgrens omdat de bouten terugkomen na het loslaten van de spanning.

Om de variatie van het handvast draaien te verminderen zijn er tensioners, met name voor de windindustrie, met een ½” aansluiting waardoor de bout met een momentsleutel aangezet kan worden.

Tensioning heeft het voordeel dat er geen torsiekrachten opgewekt worden waardoor deze methode zeer geschikt is voor langere bouten en situaties waarbij de achterkant van de bout niet (gemakkelijk) te bereiken is. De bout moet wel voldoende voorbij de moer uitsteken.

Voor kortere bouten en in situaties waarbij een bout dicht tegen de rekgrens moet worden aangetrokken is tensioning niet geschikt. Bij het tensionen van deze bouten zou je over de rekgrens moeten gaan om de gewenste clampforce te verkrijgen.

Voordelen

  • Geen torsie en afschuifkrachten tijdens het aantrekken
  • Geen meedraaiende contramoer
  • Nagenoeg geen invloed van wrijving of torsie op de uiteindelijke boutspanning
  • Bij goed gebruik nauwkeuriger dan torquen


Nadelen

  • Opbouwhoogte van tool
  • Hogere drukken nodig en daardoor duurdere pompen
  • Bouten worden hoger belast dan bij alle andere methodes
  • Langere bouten nodig
  • De maximale clampforce ligt altijd een stuk onder maximale rekgrens
  • Niet altijd mogelijk ivm lengte dikte verhouding

 

Terug